#McDD
Informatie - McDD

witte bloemen
 McDD - Portaalsite
  McDD  /   DSM-IV-TR & ICD-10
  Welkom
  Informatie
  Chat
  Links
  Diagnose-centra
  Sitemap
  Contact
NL  EN


 Kinderen met McDD en school
 
Een kind met McDD heeft een aangepaste omgeving nodig die emotionele veiligheid en genoeg overzicht biedt. De onvoorspelbaarheid van het kind moet met hulp van buiten worden ingeperkt. Men moet dus duidelijk zijn en het kind begrenzen indien nodig. Wanneer de emoties de overhand halen moet het kind worden geholpen om zijn gedachten te reorganiseren.
Het is zeer belangrijk dat ouders en leerkrachten begrip tonen voor het moeilijke functioneren van het kind en dat ze beseffen dat dit gedrag er niet is om hen het leven zuur te maken. De kinderen lijden er zelf het meest onder.

De activiteiten lopen volgens een vast programma en moeten fase-gewijs opgebouwd worden. Eerst met twee (volwassene - kind), waarna men het kind voorzichtig via activiteiten leidt naar bezigheden die het alleen doet, vervolgens naar activiteiten samen met een ander kind onder toezicht van een volwassene en dan naar activiteiten samen met andere kinderen.
Er zullen altijd omstandigheden zijn (feestjes, vakanties, ...) die een aanpassing van het programma vragen, wat in de praktijk betekent dat men enkele stapjes terug moet doen.

Belangrijk is dat er scholingsprogramma's op maat zijn voor kinderen met een vorm van autisme. Het zou daarom eigenlijk beter zijn dat kinderen al vroeg gediagnosticeerd worden (ongeveer 4 jaar) zodat het scholingsprogramma op hun individuele behoeften is afgestemd. Men zal hier naar de optimale didactische invalshoek moeten zoeken om het schoolse leren op gang te krijgen. Hierbij kan cognitieve gedragstherapie zeer nuttig zijn.

Wat kan de school doen voor kinderen met McDD (en natuurlijk autisme en andere aanverwante stoornissen):
  • een voorspelbaar lesprogramma
  • een directe, sturende onderwijsomgeving (doe dit, doe het zo, etc.)
  • veel structuur:
    • structuur in tijd (dagindeling, volgorde van taken en lesindeling, bezigheden, aansturen van werktempo)
    • structuur in ruimte (eigen werkplek, prikkelarme omgeving, iedere activiteit zijn eigen plek)
    • structuur in 'regels' (roosters, regels, looproutes, wijzigingen, beloning, straf)
    • structuur in taken (omgang met materiaal, stappenplan, werken naar zichtbaar eindproduct)
    • structuur in omgeving (houding, duidelijk, voorspelbaar, consequent, neutraal)

Ook bijzonder belangrijk is dat men visualiseert wat er gevraagd wordt. Gebruik altijd korte duidelijke en conrete zinnen. Herhaal desnoods de boodschap op dezelfde manier en geef ze de tijd en ruimte om de informatie rustig te verwerken. Wijs daarbij naar het voorwerp dat bedoeld wordt (zoals bijv. pictogrammen kunnen ter ondersteuning gebruikt worden).
Men moet bij de kern van de taak blijven (geen varianten of uitweiding). Verklein de taken, maak ze eenvoudig, éénduidig en éénvormig. Bouw regelmatig ontspanningsmomenten in en stel zowel het tempo als de doelen wat lager.

Omdat de kinderen sneller aan hun emotionele grenzen zitten is het best ook om zoveel mogelijk prikkels te verminderen en te accepteren dat deze kinderen anders, sneller en extremer reageren dan kinderen die geen ontwikkelingsstoornis hebben.

Een leerkracht heeft eigenlijk de volgende vaardigheden nodig om te kunnen omgaan met een kind met een ontwikkelingsstoornis:
  • individuele aanpak
  • zorgen voor rust en voorspelbaarheid
  • de specifieke gedragskenmerken van het betreffende kind kunnen begrijpen
  • visualisatie-methode kunnen toepassen en het taalgebruik aanpassen
  • structuur aanbrengen in tijd, ruimte en activiteit

Ook de school zelf is verantwoordelijk en dient te zorgen voor een veilig en voorspelbaar klimaat, zowel binnen als buiten de klas. Maak afspraken met het kind, zodat het weet wat er verwacht wordt en wijs een persoon aan als vast aanspreekpunt.
© 2006 #McDD - realisatie: E. Appermont